Les
copins en Ardèche.
Als
gevolg van enkele voorbereidende vergadering werd beslist om
tesamen in een huurbusje naar Les Vans in de Ardèche te trekken.
Peter kon dit regelen via zijn werkgever waarvoor hierbij nogmaals
onze welgemeende dank. Christian zou zijn aanhanger uitrusten met
8 fietsdragers en Stephan had waterdichte plastiek bakken om onder
de fietsdragers te zetten. Vrijdagavond 8 juni werden bij mezelf
thuis alle bagage in het busje gehesen en de fietsen op de
aangepaste aanhanger van Christian gesjord. Dankzij het lumineuze
idee van de bakken vond alle bagage gemakkelijk zijn plaats. De
cannondale met Lefty-vering van Stephan werd meegenomen als
“reservefiets”.
Na
een korte nacht vertrok ik om 04u30 voor een rondrit in het nog
stille West-Vlaanderen. Eén voor één werden de lotgenoten
opgehaald en werd koers gezet naar het zuiden. Voorzien van de
nodige fietslectuur en aangepaste muziek verliep de reis
voorspoedig.
De
bewolking maakte steeds meer plaats voor de zon en deed de
stemming stijgen. Bij een tankstop na zo’n 700 km stelden we een
creveson vast. Een achterband liep langzaam leeg. Met twee top
autotechniekkers aan boord werd, door het inspuiten van één of
ander wondermiddel, het lek in een mum van tijd gedicht en konden
we onze reis verder zetten. Tussendoor werd beslist om “she’s
got the Jack” tot officieel kamplied te benoemen.
Aangekomen
in “manoir champs vert” was het een aangenaam weerzien met
Gerard en Nicole, de uitbaters van het verblijf. De twee
vlooiebakken van vorig jaar bleken helaas ook nog present.
Na
het verdelen van de slaapplaatsen, waarbij Patje Duck geen
tegenspraak duldde en de zetel als de zijne opeiste, werd in de
nabijgelegen Champion binnengesprongen voor de nodige boodschappen
en werd gereserveerd in een plaatselijk restaurantje dat we nog
kenden van onze vorige passage.
’s
Avonds trokken we te voet naar het centrum van het stadje. Hierbij
bleek dat Stephan zich al vele jaren het genot van een heerlijke
biefstuk of een kippenboutje ontzegt omdat hij zich bekeert heeft
tot het vegetarisme. Peter wilde de vakantie goed beginnen en
bestelde ook vegetarisch. De gerechten werden met veel smaak
verorberd. Daarna sloegen we linksaf naar de markt om ons in een
strategisch hoekje van het terras van “café de la bourse” te
nestellen. De serveuse van het etablissement bleek bijzonder
charmant, en al vlug sprak iedereen vloeiend Frans tegen haar en
haar vriendinnen.
Ondertussen
probeerde guitar man een tourné in Les Vans en omstreken te
versieren door kwistig de nieuwe kaartjes van “joint venture”
uit te delen. Het vrouwelijke gezelschap werd prompt uitgenodigd
om de volgende avond een optreden van hem (samen met de rest als
achtergrondkoor) bij onze chalets te komen bijwonen. De twee
Patjes konden blijkbaar net dat ietsje meer Frans dan de rest en
bleven met een duvel plakken. Het bekende gezegde “slechte
mierre” galmde hierbij over het marktplein.
De
volgende morgen (zondag) bleken de darmen niet allemaal even goed
tegen de Franse keuken te kunnen. Zowel Peter als ikzelf hadden
reeds de sanitaire installatie’s aan een grondige
capaciteitstest onderworpen en de anderen hadden last van een
gigantische gasproductie. Onder het motto “elke zijn bende”
kwamen we voor het vertrek tot de volgende vaststelling: 3 fully’s,
3 hardtails en één Briek Schotte zouden de volgende dagen van
jetje geven.
Vol
goede moed werd aan de eerste rit begonnen. Een beklimming van 18
km naar de top van de “Col de Mas de l’Ayre. Tijdens die
beklimming kwam een wielerwedstrijd in volle vaart naar beneden
gestoven. Werkelijk bangelijk om de mannen op hun smalle wieltjes
te zien afdalen, ondertussen hadden die gasten nog tijd om een
stukje te eten. Stephan en luc legden er meteen de pees op en
verdwenen uit het zicht. Patje Duck was nog niet helemaal fris
(van z’n reisje naar Marokko, of van die duvels?), en zwete hele
grote druppels. Boven moest Luc tussen de stuiken verdwijnen om
zijn deel van de darmklachten te verwerken.
We
passeerden ook weer langs het lugubere kasteel waar vorig jaar een
gesloten hekken, honden en een bodygard de wacht hielden. Het
kasteeltje is te bereiken via een plaatselijke koppenberg.
Nieuwsgierig als we waren, waagden we de beklimming en werden
dadelijk vergast op het hevige geblaf en gegrom van de honden. Dan
maar terug en er werd een tussenstop ingelast bij de cafetaria van
een camping. Na een laatste beklimming waarbij, door Stephan op
kop, stevig werd doorgetrokken kwamen we boven op één van de
bergen rondom Les Vans. Hier kreeg Stephan hevig krampen. Genieten
van het uitzicht konden we vervolgens onze copin als een baksteen
zien afdalen richting het kleinste kamertje. Voor ons stond meteen
vast dat het vegetarische eten toch niet altijd zo ideaal is.
In
totaal 70 km in de benen.
Bij
aankomst werd het overschot van het stokbrood weggewerkt. Na een
stevige zwempartij en daarna bakken en braden aan de rand van het
zwembad, werd met enig ingehouden leedvermaak het triestige weer
in Vlaanderen vernomen.
Hier
maakten we ook kennis met een gepensioneerd koppel uit Brugge die
hier al een week op verlof waren. De bezwete fietsuitrusting werd
verzameld en in een gemeenschappelijke poging slaagde we erin om
de wasmachine op gang te krijgen. Dit zou trouwens de volgende
dagen telkens opnieuw gebeuren.
Die
avond kwam ook een Vlaams koppeltje met twee jonge kindjes aan. De
jongedame zou later verklaren jaloers op ons te zijn voor de wijze
waarop wij hier op vakantie waren. Zo zonder vrouwen (haar
woorden!) en kinderen.
Met
vereende krachten werd toen een uiterst smaakvolle
spaghettimaaltijd gemaakt. Hierbij ontpopte guitar man zich tot de
“grand chef”. Tot ieders verbazing kregen we nog bezoek van
één van de deernen van vorige avond. Guitar man gaf daarop een
intiem concert maar de backing vocals hadden nog wat scholing
kunnen gebruiken. Ondertussen was na het kwelen van ons kamplied
gezamenlijk beslist om onszelf te benoemen tot “Les Copins”.
Na een grondige debriefing werd daarna de bedstee opgezocht.
’s
Morgens (maandag) bleek dat de nachtelijke donderbui de niet
afgeruimde tafels in een waterplas hadden herschapen. Daarin
dreven de O2-bikers lustig rond. Ook het zoutvat en de peper waren
hetzelfde lot beschoren. Die dan maar bij de Brugse buren gaan
schooien.
Na
het ontbijt werd de eerste echte off-road rit gereden. Tummelette
diende daarom zijn janettebandjes te wisselen voor echte
bikebanden. Voor het vertrek werd door onze buurvrouw nog een
groepsfoto voor het nageslacht gemaakt.
We
vertrokken richting Bannes, een oud stadje met een idyllisch
marktpleintje. Een plaatselijke deerne kwam toe om haar kraampje
met kazen uit te stallen.
Na
een eerste stukje onverhard kwam een dom blondje in jeep naar ons
toegestormd. Om ons te ontwijken reed ze met vol gas door de
wegberm. Daar lag echter een enorme steen en met een grote klap
reed de blonde erop in. Blijkbaar kon ze daarna haar weg verder
zetten maar we vermoeden dat er toch wel hier en daar wat
oplapwerk zal zijn.
De
rit verliep voorspoedig en trok ondermeer door het beschermde
natuurgebied “bois de Païolive”.
Het
was trouwens daar dat Mich vorig jaar aangevallen werd door bijen
en de daarbij horende kapriolen zijn staan ons nog vers in het
geheugen. Op het einde van de rit was er nog een zware beklimming
op een met rotsen bezaaide ondergrond. En plots waren we onze
benjamin kwijt. Diverse zoektochten in alle mogelijke richtingen
leverden geen resultaat. Toch enigszins ongerust reden we dan het
laatste stukje op de weg terug. Gelukkig was Peter daar al
aangekomen en was hij er zelfs in geslaagd om, ondanks zijn poging
een hoekje af te steken, meer kilometers op de teller te zetten
dan de rest. Totaal zo’n 50 km afgehaspeld.
De
rest van de spaghetti werd verorberd, boodschappen gedaan en een
cooling down aan het zwembad. De één of andere verdorven geest
kwam toen met het lumineuze idee om een waterpolo-matsken te
spelen. Dit bleek wreed lastig te zijn. Luc, die doelman was, zijn
beentjes waren te kort zodat hij dan maar de helft van het zwembad
opdronk. Daarna stopte hij al zijn kunde in het bereiden van
paella. Heerlijk. Na het eten werd nog het sprookje van “krik
– krak” verteld, met in de hoofdrol één of andere rare
sleutel.
Dinsdagmorgen.
Na het stilaan gewoon geworden uitgebreide ontbeid werd een tweede
VTT-rit aangevat genaamd “de la Sûre”. Na wat zoekwerk in het
begin kwamen we op het juiste spoor. Een werkelijk prachtig
parcours met zeer steile beklimming. Al in de eerste kilometers
werden we getrakteerd op een soort oude Romeinse heerweg. Een
beklimming over grote rotsen en brede spleten. Hier konden we onze
technische bagage eens volledig benutten.
Daarna
volgden prachtige afdaling over rotspaden. Ongelofelijk, maar daar
kwam zowaar een citroën camionette naar boven gesukkeld?
Wat
verder passeerden we een bergriviertje. De verleiding was te groot
en het koele water zorgde voor een heerlijke verfrissing. De
waterspelletjes konden hierbij natuurlijk niet uitblijven.
Beducht
voor de aanval van vlooibakken werd onze tocht verdergezet om te
eindigen bij ons stamcafé. In de laatste afdeling was het toch
bijna prijs. Patje Duck haalde hierbij uit met zijn SPD en trof
vol raak. Gelukkig was het bergaf want de hevige klap had het
beestje er niet echt vrolijker op gemaakt. (totaal een 45 tal
kilometer).
Traditioneel
werd het overschot van het avondeten verorberd. Daarna zwembadje,
boodschappen doen, douchen, vaat doen, stal uitmesten. De krant
van onze buren werd in beslag genomen en zo kregen we een eerste
zicht op de resultaten van de verkiezingen, een verplichting die
wij aan ons voorbij hadden laten gaan.
Tussendoor
had de verantwoordelijke van de was, het bakje met wasproduct een
beetje te vol gedaan. Het schuim liep, uit het machien, langs de
trap, naar de binnenkoer van het kasteeltje. Het schuim werd
opgekuist en de wasmachine een drietal keer heropgestart om onze
kleren genoeg te kunnen spoelen.
Via
de ordinateur van Gérard werd een eerste verslag van onze
avonturen op de site van de choufkes geplaatst
Zo
was het weldra avond en werd de barbecue in gang gezet. Tummelette
kweet zich als sous chef plichtsbewust aan het vlees, en het moet
gezegd, het was absoluut au point.
De koninginnerit naar “Saint Laurent les
bains” werd ingeplant voor vrijdag. Daarom bestudeerde Luc de
stafkaarten om morgen een rustig ritje langs het water te kunnen
maken, eventueel met een plons in een lekker frisse watertje.
Woensdagmorgen. Patje Duck had een slechte
nacht gehad. Hij had met de vliegen een vreselijke strijd
geleverd, maar moest ondanks een massale slachtpartij toegeven dat
hij het pleit verloren had. Dit was voor een groot deel het gevolg
van de vaat die we ’s avonds lieten staan terwijl ook de vuilbak
voor hen zeer aantrekkelijk leek. Met vereende krachten werd de
keuken uitgemest.
Wat vooraf een beetje gevreesd werd is toen
werkelijkheid geworden. Het rustige ritje ging na enkele
kilometers over in wat één van de zwaarste beklimmingen van deze
reis zou worden. Beneden aan het riviertje aangekomen werd immers
niet gestopt. Snikheet, geplaagd door allerlei ongedierte volgde
de ene haarspeldbocht na de andere. Een beklimming van 3.5 km met
een gemiddelde van meer dan 10%.

Uiteindelijk aangekomen aan een grote baan
dachten we dat het leed geleden was. Helaas opnieuw een zware klim
nu op onverharde privé-wegen door het bos. Een dame die
paddestoelen aan het zoeken was wenste ons “bon courage”,
wisten wij toen veel. Het bleek een eindeloze klim te zijn.
Iedereen was “tjutte” toen we uiteindelijk het hoogste punt
bereikten.

Het werkelijk adembenemende zicht dat we toen
krijgen op te bergtoppen onder ons deed het leed snel
vergeten. Er werden foto’s genomen en zelfs een livestream film
van de afdaling werd genomen. Na een kort stukje onverhard dalen
kwamen we aan een grote baan uit. We herkenden de weg als degen
die we zondag hadden beklommen, waardoor we wisten dat het naar
Les Vans enkel nog maar bergaf kon zijn. Er volgde een
schitterende afdaling van 14 km aan hoogst illegale snelheden,
waarvan trouwens een filmpje werd gemaakt. Bij onze
traditionele stop in café de la bourse trakteerde de ons al
bekende schoonheid ons op een heerlijk frisse pression en even
later deed de cafébaas, bijgenaamd, de viking, dit nog eens over,
waarschijnlijk onwetend over de gulheid van zijn personeel.
Daar bleek trouwens dat Tummellette de ganse rit met zijn
zwembroek had rond gesleurd.

Bij onze terrasbezoekjes konden we trouwens
vaststellen dat heel wat landgenoten de weg naar Les Vans vinden.
Zo maakten we onder andere kennis met een fietsend echtpaar, een
viertal motards en een West-Vlaming die hier 15 jaar had gewoond
maar nu naar Spanje was verhuisd. We ontdekten ook dat Patje Duck
zowaar de uitgever van een lokale krant is, waarbij hierbij het
bewijs.

Daarna opnieuw zwembadje, etcetera, etcetara.
Luc zette zich nogmaals met veel liefde achter de kookpotten om de
spaghetti saus te bereiden. Peter ontfermde zich over de spaghetti
zelf. Een volgend verslagje op de site moest de
“thuisblijvers” doen watertanden.
Donderdag was de dag van DE rit met als
opwarmertje een beklimming van 38 km. Donkere wolken, mist en
druilerige regen deden ons twijfelen. Tijdens het ontbijt klaarde
de hemel echter uit en daarom waagden we het er op. Voor ons
vertrek werd onze chalet grondig ingespoten met anti-ongedierte
gas.
Vanaf de start koos Stephan meteen het
hazenpad. Helaas door de toenemende hoogte werd de mist steeds
maar dikker. De prachtige vergezichten waarvan we normaal hadden
moeten kunnen genieten werden ons ontzegd. De mist beperkte het
zicht ondertussen tot minder dan 50 m en met de smalle wegen was
het extra opletten voor het auto- en vrachtwagen verkeer. Ikzelf
bevond mij in tweede positie en het enige teken van leven van
Stephan voorop, was een speciaal opengeplooide bananenpel op de
rijweg. Daar het steeds kouder werd en de mist overging in regen
besloot ik te wachten op de andere copins. Samen deden we daarna
de rest van de beklimming. In de enige afdaling, vlak voor de
slotklim naar Saint Laurent les bains was het bijzonder
gevaarlijk. Men had daar, ter herstelling van de haarspeldbochten,
als kleefmiddel teer gebruikt en daarin dan kiezel gestrooid.
Op de laatste helling werd een heroïsche
strijd gestreden. Ondanks psychologische oorlogsvoering van Patje
Duck beet ik door en leek de strijd te gaan winnen. Doch een
laatste jump van Patje dichte de kloof en bezorgde hem ultiem de
overwinning. ’t Was helaas echter maar voor een podiumplaats
want Stephan had ondertussen reeds alle tijd gevonden om een
voorraad koeken in te slaan in het plaatselijke winkeltje.
Gelukkig was er in Saint Laurent les bains
een opklaring terwijl we ons konden verwonderden over de hoge
temperatuur van de warmwaterbron. Na een korte rust volgde dan de
laatste beklimming van de dag, zo’n 4 km aan 10%. Bovengekomen
werden alle hemelsluizen opengezet. Daarom snel aan de afdaling
van 48 km langs het riviertje de “Chassezac” begonnen. De
temperatuur steeg naarmate we verder afdaalden en even later kwam
zelfs de zon weer te voorschijn zodat we snel opgedroogd waren.
Schitterende vergezichten werden ons deel.

Een stuwmeer en een elektriciteitscentrale
verder werd halt gehouden aan een terrasje. Na deze korte pauze
werd er even halt gehouden aan een vervallen fabriek. Daarna werd
het tempo opgedreven. Stephan was zoals steeds weer outstanding en
het was puffen om in zijn wiel te geraken en ook om er in te
blijven. De wind was komen opzetten en hevige windstoten werden
ons deel. Het laatste stukje van zo’n 5 kilometer was nog omhoog
en deed zich echt wel gevoelen in de benen. In totaal 86 km
afgehaspeld.
Bij aankomst in onze chalet bleek het
vliegenmiddel zijn uitwerking niet te hebben gemist. Zelfs de
mierenkolonie die zich ergens vanonder de planché naar de vuilbak
had uitgebreid leek verdwenen.
Vanavond was het restjesdag. Overschotten van
de voorbije dagen werden klaargemaakt met als resultaat iedereen
rond maar toch gezond en toch nog niet alles opgegeten.
Vrijdagmorgen, en iedereen had ondertussen
zware benen. We waren het er dan ook snel over eens om het vandaag
als afsluiter toch wat rustiger aan te doen.
Peter zou ondertussen naar de bandencentrale
gaan om de een “tap” in de band te laten steken,
en nog enkele snuisterijen voor het thuisfront gaan zoeken.
Bij het vertrek werden Gerard en Nicole
uitgenodigd voor de aperitief (misschien konden we zo nog wat
korting krijgen).
Luc wist een rustig ritje langs de rivier (oh
nee). Na een korte beklimming daalden we af naar het naburige
dorpje. De Chassezac stond echter hoger dan verwacht, zodat we de
rivier niet konden oversteken. De hoge waterstand was blijkbaar
het gevolg van de werking van de elektriciteitscentrale die we
eerder bij onze rit naar Saint Laurent les bains hadden gezien.
Bij het opstarten van de centrale kan het water blijkbaar in kort
tijd spectaculair stijgen. Dan maar terug gekeerd. Een
verleidelijk uitziend bergpaadje even verderop bleek naar een GR
route te leiden die met de fiets niet bereidbaar was. Bij het
afdalen bemerkten we een nieuwe VTT-pijltje op. We volgden dit
blijkbaar nieuwe parcours, maar dit bleek uiteindelijk een soort
plaatselijk criterium van zo’n kleine kilometer te zijn.
Moegestreden en eigenlijk allemaal voldaan door de geleverde
sportieve prestaties werd dan dit laatste ritje aan een zacht
tempo (hum) afgesloten.
In totaal hadden we de afgelopen dagen 16 uur
effectief gefietst en zo’n 300km in de benen. Buiten een
gebroken spaak bij Christian was er verder geen enkel technisch
probleem te vermelden, zelfs geen lekke band. Het feit dat ieder
van ons de gewoonte heeft om zijn fiets deftig te onderhouden en
zelf het meeste sleutelwerk te verrichten zal daar wel niet vreemd
aan zijn (een beetje “boffen” kan nooit geen kwaad). Ook
valpartijen werden ons gelukkig gespaard.
Er werd beslist om niet op restaurant te gaan
eten, want we hadden nog voldoende in voorraad om de hongerige
magen te vullen. Luc was ondertussen een speurtocht begonnen naar
een autootje voor Axel, en ook Nathalie wilde hij niet vergeten.
Tussen pot en pint door werd begonnen met het opladen van de
fietsen en het uitmesten van de stallen.
Gerard en Nicole kwamen langs en het
aperitief die we hen aanboden bleek toch goed te zijn voor 10%
korting (grijns).
De ganse week hadden we al geopperd om ons
eens te laten gaan in een petanque spel. Eindelijk hadden we nu
hiervoor de tijd. De strijd was hevig, en discussies waren niet
uit de lucht. CH had wel een zeer eigenaardige, doch zeer efficiënte,
werptechniek. Bleek ook dat in onze benjamin een echte jongleur
verscholen zit.
Daarna was het tijd om nog eens een laatste
sortie te doen in het stadscentrum. Vooraf echter werd door Patje
Duck de chalet nogmaals met insectendodend gas gevuld. De viking
wilde ons per sé nog eens trakteren. Wijzelf stonden erop dat hij
ook iets van ons dronk. Hij bracht het mee aan tafel maar verdween
zonder ervan te drinken. Het was een cocktail en om te weten hoe
die smaakt moet je proeven. De cocktail was natuurlijk snel leeg.

Het daar was voor ons echter een beetje te
rustig en Peter had een eindje verder op de markt een meer hippe
tent opgemerkt. Daar was een jonger publiek aanwezig, en dus
voelden we er ons meteen thuis. Verdere details over de
gebeurtenissen zullen we helaas moeten censureren wegens te
delicaat. Laten we enkel vermelden dat om twee uur (verplicht
sluitingsuur) de stoelen letterlijk vanonder onze derrière
moesten worden getrokken. Iedereen heeft daarna zonder probleem
zijn bedje teruggevonden.
De volgende morgen (zaterdag) zag iedereen er
al bij al redelijk uit. Eerst werd nog uitgebreid ontbeten. Bij de
inspectie van mijn kamer ontdekte ik een vreemd groot beest onder
mijn bed. Onbevreesd haalde Stephan het beest ervan onder. Het was
een grote kever met een lijf van ongeveer 5 cm. Het wist blijkbaar
ook van de gas. Daarna kwamen Gerard en Nicole ons uitzwaaien. We
zijn om 9 uur vertrokken. De eerste 80 km waren over gewone wegen
tot aan de snelweg. Het voortdurende draaien en keren bezorgden de
meesten onder ons geen al te goed gevoel. Gelukkig had Stephan de
vorige avond goed verteerd en piloteerde hij ons zonder probleem
naar de autosnelweg. Enkel een afgesloten snelweg in het centrum
van Lyon bezorgde ons op de terugweg wat problemen, terwijl ons
“madam” blijkbaar ook van de gas begon te weten. Zoals het
weer beter werd in de heenreis, werd het nu slechter op de
terugreis en stevige plensbuien waren ons deel. Enkelen hoopten
dat onze bikes, achteraan op de aanhanger, op die manier geen
extra poetsbeurt meer nodig zouden hebben. De reis verliep verder
voorspoedig en zo rond de klok van 9 uur ’s avond was iedereen
terug thuis.
Na een verkwikkende nachtrust (gelukkig geen
spoor van die neger) werd om elf uur bij mij verzamelen geblazen.
Guitar man trakteerde ons hierbij nog op een glaasje champagne en
we klonken op een uitermate geslaagde vakantie. Daarna werd alles
uitgeladen en was het verhaaltje uit.

Moraal van het verhaal. Een uiterste fijne
vakantie waarvan iedereen nog lang zal nagenieten. Een ideale mix
van “tjolen op den velo” en “la dousse Franse”. Zeven
mannen in de Ardèche die als zeven Copins terugkwamen. Word zeker
vervolgt!
Klakke
